Lof "Op de wyt vermaerde Zeestadt
Hoorn"
De zuider-triton heeft tot zijn trompet gekoren
De hoofdstad van zijn zee, de uitgelezen Horen,
Gezegend en gepropt , in een bedauwde lucht,
Met ooft en korenaar en welige akker vrucht.
Dees boezem helden teelt en macht van oorlogschepen
en vloten, die den oegst des aardbooms binnenslepen,
of wijder voeren dan d’ onendige oceaan.
Joost van
den Vondel
|